6.     Burgerinitiatieven en landelijk beleid

 

Uit de vele voorbeelden van initiatieven die we in dit project hebben geïnventariseerd en vervolgens hebben geselecteerd blijkt dat veel mensen in het land zich bezig houden met initiatieven rond duurzaamheid. Ze nemen daarbij maar zelden het begrip duurzaamheid op in hun beschrijving van het initiatief, maar dat komt waarschijnlijk ook door de ambigue betekenis van dat begrip.

Er zijn wel veel initiatieven die zich richten op de diverse aspecten van duurzaamheid en bovendien een aanmerkelijk aantal dat de 3 verschillende aspecten van duurzaamheid (sociaal, ecologisch en economisch) in zich weet te verenigen. Deze laatste initiatieven kunnen met name een inspiratiebron zijn voor het beleid voor duurzame ontwikkeling.

Dat geeft de burger moed en naar wij hopen de beleidsambtenaren ook.

 

Ter voorbereiding van de koppeling van de selectie van deze burgerinitiatieven aan de beleidsontwikkeling doen wij in dit hoofdstuk een aantal voorstellen voor de wijze waarop de koppeling kan plaats vinden. In de opzet van het project is voorzien dat de feitelijke (door)koppeling plaats vindt in fase 2 van het project. Wij volstaan daarom in dit hoofdstuk met een omschrijving van de volgende aspecten van deze koppeling:

a.     Een korte typering van de verschillende vormen van ondersteuning en beleidsontwikkeling die wenselijk worden geacht door initiatiefnemers en (waar aanwezig) voorbeelden van een dergelijke koppeling op beleidsterreinen van de rijksoverheid.

b.    Per project is een inventarisatie gemaakt van de voorwaarden en uitgangspunten voor een mogelijke koppeling van het initiatief aan lopend of nieuw te ontwikkelen beleid

c.     Mogelijke afspraken over de wijze waarop deze koppeling kan plaats vinden voor de 50 geselecteerde projecten

6.1.       De verschillende vormen van beleidsontwikkeling

Uit het door ons gehanteerde analysemodel van knelpunten van en mogelijke bijdragen van de rijksoverheid aan burgerinitiatieven komt – na de gesprekken hierover in de groepsbijeenkomsten en de telefonische  interviews – een vrij duidelijk beeld naar voren van de opvattingen en verwachtingen die er bij de initiatiefnemers bestaan met betrekking tot de koppeling van hun initiatieven aan de beleidsontwikkeling door de rijksoverheid.

6.1.1.     Steun bij het opstarten van initiatieven

Diverse initiatiefnemers hebben als wens of verwachting uitgesproken dat er een betere ondersteuningsstructuur in het leven wordt geroepen voor het ondersteunen van initiatieven in het aanvangsstadium. Het gaat hier om lichte vormen van ondersteuning: een adequate doorverwijzing naar andere initiatiefnemers met ervaring of naar ondersteuners van projecten op het veld waar een initiatief wordt ondernomen. In sommige gevallen zijn ook enige hand- en spandiensten van de lokale overheid (vergaderruimte en/of stukken verzenden en/of documentatie over een bepaald onderwerp aanleveren) wenselijk.

6.1.2.     Steun bij het uitwerken van een initiatief tot een levensvatbaar project.

Hierbij gaat het om 3 vormen van ondersteuning:

a.     Inhoudelijke ondersteuning bij het uitwerken van een projectplan of voorstel.

b.    Procesmatige ondersteunen bij de ontwikkeling van de organisatie of het netwerk van contacten dat nodig is om een project uitgevoerd te krijgen.

c.     Steun bij het verwerven van voldoende publiciteit rond het voorstel of project.

d.    Bescheiden financiële middelen die soms nodig zijn om een brochure uit te brengen of een conferentie te beleggen waardoor veel meer mensen kennen kunnen nemen van een initiatief en daaraan bij kunnen dragen.

 

 

Voorstel voor aanpak:

Bij deze eerste twee vormen van ondersteuning gaat het om meer generieke vormen van ondersteuning die niet begrensd of beperkt zijn tot een themaveld of beleidsveld maar van belang zijn voor meerdere initiatieven op diverse terreinen. Bij het zoeken naar mogelijke oplossingen ligt hier een taak zowel voor maatschappelijke organisaties als voor lagere en hogere overheden.

Een aantal maatschappelijke organisaties - verenigd in het samenwerkingsverband Het Initiatief - heeft de handen ineengeslagen om gezamenlijke acties en maatregelen te nemen voor een betere ondersteuning van burgerinitiatieven. Met steun van het Ministerie van VROM is via een SMOM subsidie de website www.initiatiefzoektnemer.nl ontwikkeld die het begin vormt van een landelijke ondersteuningsstructuur voor initiatiefnemers die op deze site makkelijk kunnen achterhalen waar potentiële medestanders te vinden zijn en waar ondersteuning te vinden is voor de uitwerking van hun initiatief.

Vanuit Het Initiatief is inmiddels een projectplan ontwikkeld voor de ontwikkeling van een meer decentrale ondersteuningsstructuur waarin medewerkers van maatschappelijke organisaties op regionaal en lokaal niveau afspraken maken over de ondersteuning van burgerinitiatieven op 1e lijns en 2e lijns niveau. Dit projectplan is ontwikkeld door medewerkers van Agora Europa, CIVIQ, Greenwish, IVN, Milieudefensie, de Stichting Collusie en SME en is ingediend bij de SMOM om in aanmerking te komen voor een tweejarig subsidie.

 

De rijksoverheid zou op 3 manieren de ondersteuning van burgerinitiatieven op een generieke manier kunnen ondersteunen:

·              Door in het verlengde van het SMOM subsidie voor het Steunpuntproject een meerjarig projectsubsidie te verlenen aan de samenwerkende maatschappelijke organisaties gericht op de startfinanciering van een decentraal aanbod van ondersteuning (met proefprojecten in een aantal provincies en gemeenten) en de organisatie van cursussen en trainingen waarin de hiervoor benodigde vaardigheden en ervaringen worden overgedragen aan ondersteuners van maatschappelijke organisaties en van de overheden

·              Door te bevorderen dat vanuit bestaande programma’s zoals Leren voor Duurzame Ontwikkeling middelen beschikbaar worden gesteld voor (provinciale) netwerkorganisaties (samenwerkingsverband van meerdere maatschappelijke organisaties) die op zich nemen een decentrale ondersteuningsstructuur te realiseren en als intermediaire rechtspersoon op te willen treden voor aanvragen voor een overheidssubsidie van individuele initiatiefnemers.

·              Door het instellen van een knelpuntenloket burgerinitiatieven bij de rijksoverheid voor het aanpakken en oplossen van vragen en knelpunten van initiatiefnemers op die punten waarvoor de rijksoverheid zelf direct aanspreekbaar is.

6.1.3.     Steun bij het realiseren van projecten op een themaveld of cluster

Hier worden 3 vormen van ondersteuning door de rijksoverheid genoemd:

a.        Het opstarten van proefprojecten, gericht op een verbreding en/of opschaling van het initiatief

b.       Het in het leven roepen van een stimuleringsregeling die het mogelijk maakt dat veel meer initiatieven op hetzelfde themaveld of cluster met ondersteuning van de rijksoverheid op gang worden gebracht.

c.        Het instellen van een subsidieregeling en/of een stimuleringsfonds die is toegesneden op de financiële ondersteuning van initiatieven en projecten die de bestaande schotjes die bestaan bij subsidiepotten en –fondsen doorbreken.

 

Voorstel voor aanpak:

Hier gaat het om vormen van ondersteuning die per themaveld of per cluster moeten worden doorgesproken en ontwikkeld. De wensen die vanuit initiatiefnemers naar voren zijn gebracht omvatten zeer regelmatig deze vormen van ondersteuning door de rijksoverheid bij het opschalen en/of verbreden van initiatieven.

Wij stellen voor dat in de tweede fase van het project overleg wordt gevoerd met directies van beleidsvelden en/of de transitieteams duurzame ontwikkeling die voor deze vormen van opschaling in aanmerking komen.

 

6.1.4. Rechtstreekse koppeling aan de ontwikkeling van (nieuw) beleid

Bij deze vorm van koppeling van burgerinitiatieven aan de beleidsontwikkeling is sprake van vormen van samenwerking die per project of per cluster kunnen ontstaan en waarin initiatiefnemers en beleidsmakers in eerste instantie gezamenlijk dienen vast te stellen in welke richting de beleidsontwikkeling zal kunnen gaan. Daarbij zijn (combinaties van) de volgende ontwikkelingsrichtingen denkbaar:

a.        Het initiatief of de initiatieven sluiten aan bij en versterken het staande beleid. In deze gevallen kunnen de initiatieven worden benut als proefvelden om ervaring op te doen met de uitvoering van het beleid en de effecten die dit oproept bij gebruikers, burgers, maatschappelijke organisaties en overheden. Ook is denkbaar dat de initiatieven worden benut via vormen van kennismanagement ervaringen uit te wisselen of de verbreding en verspreiding van initiatieven te ondersteunen. Voorbeelden hiervan zijn de werkgroep ecologische routes, de nationale proeftuin biodiversiteit, de duurzame energieprojecten, Deltawind, de duurzame landbouwprojecten, de duurzaam bouwen projecten e.a.

b.       Het initiatief of de initiatieven kunnen pas worden uitgevoerd of verder ontwikkeld als belemmeringen in de bestaande wet- of regelgeving worden opgeheven In het overleg tussen initiatiefnemers en beleidsmakers wordt nagegaan of die belemmeringen inderdaad essentieel zijn en of uitzonderingen mogelijk zijn en/of er aanleiding is inderdaad de regelgeving te vereenvoudigen of te veranderen. Voorbeelden hiervan zijn initiatieven op het vlak van agro-toerisme (stanklijnenbeleid), het NIMBIO project, de projecten voor hergebruik bouwafval e.a.

c.        Het initiatief geeft aanleiding nieuw beleid te ontwikkelen omdat een initiatief zo voorbeeldig is dat het ondersteuning en navolging verdient en waarvoor tot nu toe geen beleidskaders voorhanden zijn. Voorbeelden van dergelijke projecten (kunnen) zijn De Mikkelhorst, de sociale riksja’s, het initiatief tastbare groene stroom e.d.

d.       Het initiatief geeft aanleiding het bestaande beleid ter discussie te stellen en serieus te zoeken naar alternatieven en/of een maatschappelijk debat over dit thema te stimuleren. Voorbeelden hiervan zijn Chloor per spoor, Redt de Kaloot, windtunnels voor fietsen e.d.

 

Voorstel voor aanpak:

Op de themavelden waar deze initiatieven spelen wordt een bijeenkomst belegd met beleidsmakers waarop besproken wordt of de vooronderstellingen rond de burgerinitiatieven als inspiratiebron overeenstemmen met de beleidsopvattingen en wordt tevens bezien op welke wijze aan de beleidsontwikkeling nader vorm kan worden gegeven. Afstemming met reeds lopende projecten op de themavelden en clusters vanuit het programma Beleid met Burgers is daarbij raadzaam.

 

6.2.       Voorwaarden en uitgangspunten voor een mogelijke koppeling van burgerinitiatieven aan beleidssectoren

Voor ieder van de geselecteerde initiatieven is in Bijlage IV aangegeven welke bijdrage van de rijksoverheid gewenst wordt geacht voor wat betreft de vormen van beleidsontwikkeling die in de voorgaande paragraaf zijn aangegeven.

Op verzoek van de projectleiding van het Stimuleringsprogramma Burgers met Beleid is nadere informatie ingewonnen voor de 50 geselecteerde projecten op 16 specifieke punten per project.

De volgende checklist is hiervoor gehanteerd:

 

ALGEMEEN

1.     Wie neemt het initiatief (persoon, groep, organisatie).

2.     Waar richt het initiatief zich op.

3.     Aanpak van het initiatief.

4.     Hoe lang is het initiatief al bezig.

5.     Professionaliteit van de initiatiefnemers.

 

SELECTIECRITERIA

1.     Welke bovenlokale betekenis heeft het initiatief.

2.     Op welke wijze levert het initiatief een bijdrage aan duurzame ontwikkeling.

3.     Welk draagvlak bestaat voor het initiatief en welke partners willen het initiatief ondersteunen.

4.     Leent het initiatief zich als inspiratiebron voor landelijke beleidsontwikkeling.

5.     Is er bereidheid om met VROM samen te werken.

 

WAT ZIJN KNELPUNTEN OF BELEMMERINGEN BIJ:

1.     de start van het initiatief;

2.     ondersteuning door lagere overheden;

3.     publiciteit en communicatie;

4.     financiering;

5.     wet- en regelgeving.

 

NIEUW BELEID

Is nieuw beleid (innovatie) of ander beleid wenselijk op het beleidsterrein waarop (een cluster van) initiatieven worden genomen?”

 

Dit heeft geresulteerd in een inventarisatie van al deze voorwaarden en uitgangspunten per project die is opgenomen in Bijlage V: Extra informatie over de vijftig geselecteerde burgerinitiatieven a.d.h.v. de checklist.

Op verzoek van de begeleidingsgroep en de adviseurs van het project heeft de verdeling van de initiatieven over de thema’s en clusters en de indeling van de clusters een (beperkte)wijziging ondergaan omdat op die manier de aansluiting aan beleidsterreinen van directies op departementen beter kan worden voorbereid.

 

 

6.3.    Mogelijke afspraken over de koppeling van initiatieven aan beleid

De daadwerkelijke koppeling van beloftevolle burgerinitiatieven aan de beleidsontwikkeling vindt plaats in fase 2 van dit project. Aan de hand van de Extra informatie over de burgerinitiatieven is hiertoe einde augustus een nader gesprek gevoerd door de leden van de Begeleidingscommissie met de 2 adviseurs Nuiver en Van Zijst over de vraag bij welke directies de meest directe aansluitingspunten voor initiatieven zouden kunnen liggen. Dit gesprek heeft geresulteerd in een overzicht van mogelijke koppelingen dat is opgenomen in Bijlage VI van dit rapport.

 

Op basis van dit overzicht kan de feitelijke koppeling van burgerinitiatieven aan beleidssectoren plaats vinden. Dit kan per initiatief of per cluster van initiatieven geschieden.

Voor het welslagen van deze koppeling is het van belang te realiseren dat de vertrekpunten van initiatiefnemers en beleidsmakers (soms) zeer verschillend kunnen zijn. Bovendien zijn bij de verdere beleidsontwikkeling veelal meerdere partijen betrokken, zeker als het gaat om vormen van co-productie van beleid. Uit de litteratuuranalyse die is gemaakt m.b.t. dit aspect van het project komt een aantal aandachtspunten naar voren waarover een gezamenlijk beraad van initiatiefnemers, ondersteuners en beleidsmakers wenselijk is voor een succesvolle koppeling van burgerinitiatieven aan beleidsontwikkeling:

 

a.     Een verkenning van de aansluitingspunten van initiatieven aan staand beleid, zoals opgenomen in NMP IV, ADO, LVDO, de Nota Ruimte en de Nota Wonen, het Voortgangsbericht Transities en specifieke nota’s op de beoogde beleidsterreinen (bv. duurzame energie, duurzame mobiliteit, duurzame landbouw, biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen e.a.).

b.    Een verkenning van de uitgangspunten en verwachtingen die bestaan bij initiatiefnemers en beleidsmedewerkers. Dit kan geschieden door interviews met de betrokken initiatiefnemers en beleidsmedewerkers in deze sectoren op basis van een eenduidige format, waarin een aantal zaken worden geïnventariseerd, zoals:

·         een probleemanalyse vanuit het beleidsveld vergeleken met de probleempercepties vanuit de initiatiefnemers: welke overeenkomsten en welke verschillen doen zich voor

·         een verkenning van gewenste doelstellingen en maatregelen zowel van de zijde van initiatiefnemers en het draagvlak op lokaal en regionaal niveau als van de zijde van de beleidsdirecties

·         een verkenning van mogelijke en gewenste samenwerkingsvormen op deze beleidsvelden, waarbij wordt uitgegaan van noties als netwerksturing en netwerkorganisatie vormen, waarin zowel de rijksoverheid als lagere overheden, maatschappelijke organisaties en betrokken burgers een rol vervullen.

c.     Een nadere plaatsbepaling en analyse van de burgerinitiatieven op deze beleidsvelden. Zijn er meerdere initiatieven op een bepaald terrein en welke lenen zich voor opschaling, c.q. koppeling aan landelijk beleid. Welke probleempercepties overheersen. Welke specifieke wensen bestaan er m.b.t. proefprojecten en/of een stimuleringsregeling. Welke wensen bestaan er m.b.t. de uitwerking van bestaand beleid, c.q. de ontwikkeling van nieuw beleid.

 

Nadat deze voorbereiding heeft plaats gevonden kan per sector of beleidsveld een stappenplan worden opgesteld voor de daadwerkelijke koppeling van burgerinitiatieven aan de beleidsontwikkeling in een co-productie tussen initiatiefnemers en beleidsmakers, al of niet met ondersteuning van onafhankelijke procesbegeleiders.

 

6.4.       Samenwerkingsvormen gericht op co-productie

Het uiteindelijke doel van het project BILAN is het op gang brengen van vormen van beleidsontwikkeling op het terrein van duurzame ontwikkeling waarin sprake is van co-productie van betrokken burgers en betrokken ambtelijke medewerkers.

Dit veronderstelt bepaalde kwaliteiten en vaardigheden bij zowel betrokken burgers als ambtenaren die niet altijd vanzelfsprekend aanwezig zijn. Het veronderstelt ook heldere kaders en randvoorwaarden waarbinnen deze co-productie gestalte kan krijgen. In de voorbereidingsfase worden deze randvoorwaarden en kaders helder omschreven en uitgewerkt en worden maatregelen genomen (training en/of cursus en opstellen van protocol voor samenwerking) die een constructieve invulling en uitwerking van de co-productie mogelijk maken. Daarbij moet bedacht worden dat er ook nog interessante verschillen zijn waar te nemen of het gaat om het ontwerpen van een stimuleringsregeling of pilot - projecten of de ontwikkeling van nieuw beleid. Het is ook wenselijk van tevoren vast te stellen welke partijen bij de beleidsontwikkeling betrokken worden en onder welke condities dit kan geschieden.

 

Om dit alles mogelijk te maken is naar onze mening het instellen van een kleine groep kwartiermakers, bestaande uit beleidsmedewerkers of adviseurs van het programma Beleid met Burgers en hier enige ervaring mee hebben een belangrijke voorwaarde.

Deze voorbereidingsgroep heeft tot taak de voorbereidende werkzaamheden als hierboven omschreven op zich te nemen en voor die directies en sectoren die mee willen werken aan de koppeling van burgerinitiatieven aan de beleidsontwikkeling een plan van aanpak op te stellen voor die beleidsontwikkeling, dat is afgestemd op de wensen en verwachtingen van initiatiefnemers.

In de voorbereidingsperiode fungeert deze voorbereidingsgroep als kwartiermaker. Of in de daaropvolgende periode ook van de diensten van deze kwartiermakers gebruik wordt gemaakt is afhankelijk van het plan van aanpak dat ontwikkeld wordt en de wensen die er bestaan bij de desbetreffende directies en andere betrokken partijen in de netwerkorganisatievorm die ten behoeve van de beleidsontwikkeling wordt gevormd.

 

Een apart punt van aandacht is de wijze waarop het politieke bestuur en de ambtelijke top betrokken wordt bij de verdere ontwikkeling van het project. In het gesprek met de adviseurs kwam de gedachte naar voren dat het een goede zaak zou zijn als het rapport zou kunnen worden aangeboden aan de verantwoordelijke bewindspersoon op een conferentie of manifestatie die in het teken staat van burgerinitiatieven en/of duurzame ontwikkeling.


 Conclusies en aanbevelingen

7.1.       Conclusies

De conclusies zijn weergegeven in de vorm van een samenvatting van de hoofdpunten van het rapport.

 

Uit de eerste fase van het project BILAN (Burgerinitiatieven als inspiratiebron voor landelijk beleid) is gebleken dat uit een inventarisatie van ca. 300 burgerinitiatieven in totaal ca. 50 burgerinitiatieven kunnen worden geselecteerd die zich lenen voor verbreding, opschaling of andere vormen van beleidsontwikkeling.

 

Dat is bemoedigend. Het geeft aan dat de voornemens die in de regeringsverklaring van het huidige kabinet zijn aangekondigd dat de overheid meer wil luisteren naar de burgers en de burgers oproept een eigen verantwoordelijkheid te nemen in de aanpak van maatschappelijke vraagstukken inspelen op een ontwikkeling die al een aantal jaren gaande is. Een nog steeds groeiende groep van burgers neemt initiatieven op het brede terrein van duurzame ontwikkeling, dat in dit rapport is uiteengelegd in een 9-tal beleidsvelden. Het milieu is niet uit en duurzaamheid leeft, maar het wordt vaak onder andere meer aansprekende noemers en initiatieven naar voren gebracht.

 

De grotere nadruk op het belang van de uitvoering van beleid dat gebaseerd is op een constateerbaar draagvlak in de samenleving biedt ook in toenemende mate mogelijkheden voor het ontwikkelen van beleid in samenspraak met en gebaseerd op burgerinitiatieven.

In dit rapport worden daarvoor voor alle geselecteerde burgerinitiatieven de aanknopingspunten vanuit deze initiatieven en de wensen m.b.t. de mogelijke bijdrage van de rijksoverheid aangegeven.

 

Met ca. 25 van de 100 initiatiefnemers die in de eerste ronde van de voorselectie waren uitgenodigd zijn gesprekken gevoerd over de knelpunten die initiatiefnemers ervaren en de kansen die zij zien voor de verdere ontwikkeling van hun initiatieven. Daarnaast hebben wij met hen gepraat over de concrete verwachtingen die zij hebben m.b.t. de mogelijke bijdrage van de rijksoverheid. De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een analysemodel en 2 checklisten die het mogelijk maakt zowel de knelpunten als de verwachte bijdragen van de rijksoverheid te analyseren en te systematiseren. Samen met de telefonische interviews die gevoerd zijn met de overige initiatiefnemers is het daardoor mogelijk geworden voor de 9 themavelden en bijbehorende beleidsclusters een selectie voor te stellen van burgerinitiatieven waarmee in de volgende fase van het project kan worden samengewerkt aan de beleidsontwikkeling op landelijk niveau.

 

De inventarisatie van ca. 300 burgerinitiatieven is terug te vinden op de website www.initiatiefzoektnemer.nl die einde juni on line is gegaan. De voorselectie van ruim 100 burgerinitiatieven is opgenomen in Bijlage II. De ca. 50 geselecteerde burgerinitiatieven voor fase 2 zijn opgenomen in Bijlage IV met een korte omschrijving van het initiatief en een aanduiding van de mogelijke bijdrage van de rijksoverheid voor verdere beleidsontwikkeling.

 

Voor deze beleidsontwikkeling op landelijk niveau worden in het rapport 3 hoofdlijnen geschetst die inspelen op de behoeften en wensen die door initiatiefnemers naar voren zijn gebracht.

 

1.         Middelen en menskracht beschikbaar stellen voor de ontwikkeling van een ondersteuningsstructuur voor burgerinitiatieven zowel vanuit maatschappelijke organisaties als vanuit en door overheden. Hiermee kan een begin worden gemaakt door middel van het proefproject decentrale ondersteuning dat is uitgewerkt door het samenwerkingsverband Het Initiatief en dat voorziet in de ontwikkeling en evaluatie van een aantal proeftuinen en het opzetten en uitvoeren van trainingen en werkconferenties voor initiatiefnemers en ondersteuner.

2.         Voor die themavelden en beleidsclusters waar dit van toepassing is worden stimuleringsregelingen en/of proefprojecten ontwikkeld waaruit duidelijk kan worden hoe de burgerinitiatieven op dit veld kunnen leiden tot versterking van de beleidsontwikkeling en de uitvoering van beleid. Voorgesteld wordt hiervoor een aantal thematische bijeenkomsten voor te bereiden waarvoor initiatiefnemers en beleidsontwikkelaars worden uitgenodigd.

3.         Een directe koppeling van initiatieven en initiatiefnemers aan de beleidsontwikkeling op die themavelden en/of clusters waar sprake is van:

a.   draagvlak creëren en/of vergroten voor de uitvoering van beleid waarover overeenstemming bestaat tussen beleidsmakers en initiatiefnemers

b.   wenselijke veranderingen in wet- en regelgeving waar deze het ontstaan of de ontwikkeling van initiatieven onnodig belemmeren

c.   het ontwikkelen van nieuw beleid omdat een initiatief zo voorbeeldig is dat het ondersteuning en navolging verdient ofwel omdat er redenen zijn het bestaande beleid ter discussie te stellen en te zoeken naar alternatieven.

 

Voor de tweede en derde hoofdlijn wordt voorgesteld nadere afspraken te maken in het overleg tussen het Stimuleringsprogramma Beleid met Burgers en de organisaties die het BILAN project uitvoeren.

 

7.2    Aanbevelingen

1.     Wij stellen u voor de conclusies en aanbevelingen van het rapport over de 1e fase van het project-BILAN te beschouwen als een basis voor de verdere uitwerking van het project in de tweede fase.

2.     Wij bevelen aan deze tweede fase te laten voorbereiden door een gemengde projectgroep bestaande uit beleidsmedewerkers en adviseurs vanuit het Stimuleringsprogramma Beleid met Burgers en het Coördinatiepunt Transities en Duurzame Ontwikkeling en directieleden of stafmedewerkers van de 3 betrokken maatschappelijke organisaties.

3.     Deze projectgroep zou daartoe de volgende taken kunnen uitvoeren:

a.     Het voorbereiden van een of enkele themabijeenkomsten van initiatiefnemers en beleidsmedewerkers op die themavelden waar vanuit burgerinitiatieven een vraag is naar het opzetten van proefprojecten gekoppeld aan een stimuleringsregeling die verbreding van initiatieven mogelijk maakt.

b.    Het voorbereiden van een rechtstreekse koppeling van burgerinitiatieven aan de ontwikkeling van landelijk beleid op die themavelden en sectoren waar een dergelijke koppeling wenselijk en mogelijk is

c.     Voorstellen te ontwikkelen voor een mogelijke koppeling van (onderdelen van) het BILAN project aan de 2 andere burgergeoriënteerde projecten in het Stimuleringsprogramma (Burgerplatform en Publieksagenda) die kan leiden tot een meerwaarde voor deze 3 projecten.

4.     Het is wenselijk dat maatschappelijke organisaties en de overheid maatregelen nemen die de totstandkoming bevorderen van een decentrale ondersteuningsstructuur en het verzorgen van praktijkgerichte trainingen voor initiatiefnemers en ondersteuners

5.     Het verdient aanbeveling voor initiatieven en projecten die bij uitstek voldoen aan de criteria voor duurzame ontwikkeling (betekenisvol zowel t.a.v. sociale en economische als ecologische aspecten) een subsidiemogelijkheid te ontwikkelen die niet wordt belemmerd door de schotten die nu de meeste subsidieregelingen kenmerken.

6.     Het verdient aanbeveling dat het ministerie van VROM en/of een andere rijksoverheidsinstantie het initiatief neemt tot het instellen van een aanspreekpunt burgerinitiatieven dat knelpunten die zich voordoen bij de ontwikkeling van een initiatief in relatie tot de rijksoverheid kan aanpakken of kan doorverwijzen naar ambtelijke medewerkers die de initiatiefnemer in dezen kan ondersteunen.